The morning after

(dit is een oude post van 3 augustus 2025)

Wakker worden met spijt. Zo. Da’s lang geleden. Maar toch bekroop het welbekende gevoel me vanochtend. Niet van de glitters op mijn gezicht, die zich inmiddels overal hebben verspreid. Niet van het feit dat ik de helft van de boten van de parade niet heb gezien. Zelfs niet van mijn opgeblazen buik van al het vette eten. Nee, deze spijt is een specifieke, een unieke in haar soort. Als je het eens hebt ervaren, dan herken je haar direct. Alleen alcohol kan deze spijt hebben veroorzaakt.

Ik drink dus eigenlijk niet meer zo vaak. Meestal vind ik het nutteloos, weinig toevoegen, en is het me de kater niet waard. Gisteren was eigenlijk ook mijn plan om niet te drinken. Immers, de Pride is maar één dagje en dat is echt prima te doen zonder alcohol. Ware het een festival geweest, dan kijk ik er weer anders naar. Maar goed, daar gaat het nu even niet over.

Pride dus. Ik merkte dat ik niet echt de drang had om te drinken. Het feit dat ik om negen uur ’s ochtends doorweekt de trein in liep, mijn spijkerbroek plakkend aan mijn benen en de druppels water die via mijn haar hun weg naar mijn gezicht hadden gevonden, hielp natuurlijk ook niet mee. ‘Kijk, als de zon nou had geschenen…’ zei ik nog. En dat is dus ook echt zo. Stom eigenlijk. Hoe ik, en velen met mij, de zon als reden zien om te gaan verdoven.

Door de overvolle trein kan ik niet de rest van mijn vrienden vinden, dus blijven we met zijn tweetjes zitten in de stiltecoupé (wat eigenlijk geen stiltecoupé is. Die regels lijken te verdwijnen als er een groot evenement is en mensen drank ophebben). We delen allebei een AirPod en zetten een liedje van Abel en Sef op, verlangend naar Lowlands. Nog twee weekjes wachten. Ik kijk uit het raam en zie het groen van de weilanden voorbijrazen terwijl de geur van natte mensen een intrede maakt in mijn neus. Ken je die geur? Het hangt een beetje tussen natte hond en zweetvoeten in.

Op dat moment besluit de NS ook de airco aan te zetten. De rillingen van de kou weerhouden me er echter niet van om te dansen, voor zover dat gaat op de blauwe stoelen. Terwijl ik dat doe, denk ik: zie je wel, ik heb helemaal geen alcohol nodig. Ik geef het niet graag toe, maar niet-drinken brengt bij mij vaak een soort superioriteitscomplex met zich mee. Kijk mij, ik heb geen alcohol nodig en jullie wel. Wat triest.

Het superioriteitscomplex van die dag is alleen van korte duur, want het moment dat we onze vrienden tegenkomen op centraal en ze hun bier uit hun tas pakken, stel ik al voor om naar de Jumbo te gaan voor blikjes drank. Nul ruggengraat.

Nadat mijn wangen zijn versierd met glitters en regenboogvlaggen, is het tijd om een plekje te zoeken aan de Prinsengracht (althans, ik denk dat het de Prinsengracht was. Ik heb echt geen richtingsgevoel, dus voor dit stukje moet je even je eigen inbeeldingsvermogen raadplegen vrees ik). Nu ik hier zo zit, weet ik ook weer wat ik zo fijn vond aan het drinken: al mijn toleranties gaan omhoog. Mijn tolerantie voor mensen, voor prikkels, voor gesprekken die ellenlang lijken te duren maar eigenlijk nergens op slaan.

Ik ben met iemand aan het praten en ze noemt me extravert. Ik leg uit dat het door de drank komt en het gewoon iets is dat ik even kan aanzetten, maar waar ik wel echt een hele dag van moet bijkomen. Ze blijft bij haar standpunt. Ik weet niet of ik het geloof. Voor nu weet ik in ieder geval dat deze extraverte energie een uur geleden gekocht is in de vorm van een zilveren blikje waar ‘Absolut Vodka’ op staat, maar goed. Ik laat haar maar in de waan.

Inmiddels is er best wat tijd voorbij en zie ik nog maar het cijfer ’30’ aan de zijkant van een boot staan. 30 boten pas? Hoeveel zijn er? 100? We besluiten op te splitsen en een lunchplekje te zoeken. Zwalkend over de straten van Amsterdam, waar de zon inmiddels is doorgebroken (wat dus gelijk mijn drinken valideert, score), zoeken we naar iets waar we kunnen bijkomen. Even weg van alle drukte. Ook mijn, door alcohol geïnduceerde, spanningsboog bereikt een keer haar piek.

Bij het eerste café dat we zien, ploffen we neer. Althans, mijn vrienden ploffen neer. Ik sprint eerst naar de wc, want helaas is er in 2025 nog steeds niets uitgevonden waardoor vrouwen net zo snel ergens kunnen plassen als mannen. En de rijen voor de dixies waren ook niet bijzonder uitnodigend. Nadat ik eenmaal mijn blaas heb geleegd in een met graffiti bespoten toiletruimte, keer ik weer terug naar ons tafeltje buiten. Inmiddels zitten er leeftijdsgenoten naast ons. Onze regenboogvlaggetjes en pridekleding zorgen voor herkenning en lijken een uitnodiging te zijn om één grote kring te vormen en bij elkaars gesprek aan te sluiten. We lachen met elkaar en praten over festivals waar we zijn geweest, en welke nog op de planning staan. Best Kept Secret en Down the Rabbit Hole al geweest, Lowlands nog in het vooruitzicht. Nog meer herkenning: ‘same!’ roepen er een paar.

Ik krijg een complimentje over mijn ketting waar mijn naam op staat, maar wel bezwaard met de observatie dat het écht een Anne-Fleur ketting is. Ik vraag waarom dat een slecht iets zou zijn. Ze suggereren dat Anne-Fleur gelijkstaat aan ‘basic’. Want zolang je maar niet naar pop luistert ben je blijkbaar niet basic. Ah, nog iemand met een superioriteitscomplex. Ik kan het ze ook niet kwalijk nemen.

Als ik daarop antwoord met dat iedereen basic is in hun eigen niche, en dat zij net zo standaard en stereotype zijn als elke linkse Amsterdammer, valt het even stil. Zodra ze even later de boodschap van mijn opmerking in stand houden door verder te praten over Ket snuiven en Idles luisteren, besluiten we dat het tijd is om deze alternatieve ‘Anne-Fleurs’ in te ruilen voor ander gezelschap. We geven ze een knuffel en nemen afscheid nadat we toch even onze insta’s hebben uitgewisseld. Want het was ook wel weer gezellig.

Ik haat het dat het zo is, maar eigenlijk merk ik dat ik te brak ben om verder te schrijven. Erg hé? De druk van iets moois willen schrijven is even te hoog en mijn perfectionisme begint de weg van mijn vingers naar het toetsenbord steeds meer te versperren. Terwijl dit eigenlijk begon als een soort gedachtendump. Daarom laat ik het voor nu hierbij. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat er ook niet heel veel noemenswaardigs meer is gebeurd. Bovendien is mijn planning vandaag gevuld met honderd keer overdenken of ik geen gekke dingen heb gezegd, en mezelf voor de zoveelste keer beloven dat ik nu écht stop met drinken.

Wie weet tot ooit?

Liefs,

Roos